Niet iedereen onthoudt op dezelfde manier. Sommige mensen werken visueel, anderen verbaal, weer anderen via een verhaaltje of een lichamelijke associatie. Hieronder vier ezelsbruggetjes die elk een ander cognitief touwtje trekken. Eentje blijft hangen — gegarandeerd.
1. Lente vooruit, herfst achteruit. De directe Nederlandse vertaling van het Engelse origineel. Twee korte zinnen met dezelfde lengte, dezelfde structuur en een spiegelend ritme. Wie het hardop uitspreekt onthoudt het al snel. Het werkt vooral als je 's morgens vroeg een kort, simpel zinnetje nodig hebt waar je niet over hoeft na te denken.
2. De tuinmeubels. Een Nederlands beeld dat een pak meer kracht heeft: in het voorjaar zet je de tuinmeubels naar buiten — dus naar voren, vooruit, het terras op. In het najaar haal je ze terug naar binnen — dus naar achteren, achteruit, de schuur in. Het beeld van het terrasstoeltje op een aprilavond werkt voor veel mensen sterker dan een rijmpje. Wie tuiniert, vergeet dit nooit.
3. Een uur slaap kwijt of cadeau. In maart raak je een uur slaap kwijt, in oktober krijg je er een cadeau. Wie wel eens last heeft van de overgang, koppelt dat gevoel automatisch aan de richting van de klok. De maandag na de voorjaarsovergang voelt zwaar, de maandag na de najaarsovergang voelt comfortabel. Daaruit volgt: dat zware gevoel hoort bij "vooruit", dat comfortabele bij "achteruit". Slaaponderzoek bevestigt dat dit voor de meeste mensen ook echt zo werkt.
4. De klok loopt mee met de zon. In het voorjaar wordt het later donker — de zon "schuift op", en de klok schuift mee, vooruit. In het najaar wordt het juist eerder donker — de zon "trekt zich terug", en de klok trekt zich mee terug, achteruit. Astronomisch klopt het niet helemaal, maar als geheugensteuntje werkt het uitstekend. Voor wie de stand van de zon belangrijker vindt dan de cijfers op de klok, is dit het zuiverste beeld.